Programmabegroting 2020

Inclusieve stad

Inleiding
Gezond en gelukkig in onze stad betekent een inclusieve stad, waar iedereen mee kan doen in elke fase van het leven, met passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft. Een stad waarin burgerschap een centrale doorleefde waarde is. Goed burgerschap impliceert rechten én plichten. Je bent inwoner van Tilburg en daar spreekt de gemeente je op aan. Tilburgers kunnen gebruik maken van alle voorzieningen die deze stad biedt en waar nodig wordt ondersteuning geboden. Wij willen een inclusieve stad zijn, met gezonde en gelukkige inwoners. Een stad waarin iedereen mee kan doen en erbij hoort. Waaraan alle inwoners ook hun bijdrage leveren en ook daarop aanspreekbaar zijn. Dat is waar we als gemeente naar streven, maar tegelijkertijd weten we dat het leven niet maakbaar is; gezond en gelukkig zijn is niet altijd een keuze. Ook de zo verlangde ‘eigen kracht’ is voor velen te hoog gegrepen. In de huidige samenleving is het geen vanzelfsprekendheid (meer) om voor elkaar te zorgen en iedereen te betrekken. Om gezond en gelukkig te leven is een stevige basis van essentieel belang. Daarom zet de gemeente in op het versterken van de sociale basis, gezondheid en bestaanszekerheid van de Tilburgers.

We stellen vier waarden centraal: Goede Start,Ruimte om te leven,Optimale kansen en Wereld die mij ziet. Samen met de stad hebben we deze waarden vormgegeven in de Agenda Sociaal 013. Deze waarden zijn richtinggevend voor wat we doen en een gedeelde verantwoordelijkheid voor ons als gemeente, met partijen, inwoners en coalities in de stad. Deze agenda wordt komende tijd samen met de stad verder geoperationaliseerd, vormt de koers in wat we doen en vormt de kaders voor ons beleid.

De beweging naar preventie
De impact die we willen bereiken geven we vorm in een grote diversiteit aan activiteiten. Om deze inzichtelijk te maken ordenen we onze activiteiten in de bekende piramide. Deze ordent de activiteiten in vier clusters met een specifieke rol van de gemeente. In de vorm van de piramide zien we de gewenste beweging naar de meer preventieve kant weergegeven, het versterken van sociaal en veerkrachtig Tilburg.

  • Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg. We streven er naar dat Tilburgers het vermogen hebben hun leven zelf en in samenhang met hun omgeving op een gelukkige en gezonde wijze in te vullen en hierbinnen om te gaan met veranderingen. Ze hebben hiervoor toegang tot de benodigde hulpbronnen. We richten ons bij deze opgave op de kracht van preventie en steun in het gewone dagelijks leven. De inzet op bestaanszekerheid, positieve gezondheid en de sociale basis draagt bij aan een stevig fundament voor alle Tilburgers.
  • Stimuleren van persoonlijke ontwikkeling en zelfredzaamheid. Tilburgers hebben de kans om talenten te ontdekken, te ontwikkelen en in te zetten zodat ze (naar vermogen) mee kunnen doen en perspectief ervaren. Waar nodig bieden we met partners in de stad ondersteuning. Door persoonlijke ontwikkeling te stimuleren werken we aan preventie in de basis. 
  • Bieden van toegang en passende ondersteuning. We bieden Tilburgers waar nodig passende ondersteuning zodat ze naar vermogen kunnen meedoen in de samenleving. Deze ondersteuning noemen wij passend omdat deze integraal, dichtbij en op maat is. Inwoners geven hier zelf naar vermogen sturing aan en de mogelijkheden vanuit eigen omgeving worden zoveel mogelijk benut.
  • Ingrijpen bij crisis en onveiligheid. We streven er naar dat elke Tilburger veilig is en zich veilig voelt zodat hij/zij zich zo maximaal mogelijk kan ontwikkelen en meedoen in de samenleving. En dat iedere Tilburger bij een crisis of onveilige situatie een adequate aanpak ervaart. We willen dat Tilburgers geen (woon)overlast ervaren. We zetten in op veiligheid en leefbaarheid in de alledaagse woon- en leefomgeving, in de wijk, de buurt en de straat.

De transformatie
De impact die we willen bereiken is duidelijk: we willen gezonde en gelukkige inwoners die kunnen meedoen in elke fase van het leven. Passende ondersteuning organiseren we met de inwoner zelf als dat nodig is. Het liefst vanuit de omgeving van deze inwoners zelf. Door te investeren in ontmoeting tussen inwoners enerzijds en veerkracht van inwoners anderzijds zetten we in op preventie (vanuit de gedachte voorkomen is beter dan genezen); we willen voorkomen dat mensen niet meer meedoen en intensieve ondersteuning nodig hebben. De transformatie zet in op meer maatschappelijke impact. Het is ook de bedoeling dat we het betaalbaar houden naar de toekomst, de financiële context van het huidige systeem vraagt aandacht.

Impulsen voor de transformatie
In een domein dat volop in beweging is houden we vast aan de koers uit het bestuursakkoord: vanuit de motivatie van meer maatschappelijke impact het tevens realiseren van duurzame betaalbaarheid. Als halverwege de collegeperiode (2020) blijkt dat we geen meerjarig begrotingsevenwicht bereiken vindt een integraal afwegingsproces plaats. De financiële kaders vragen om financiële impact op korte termijn.  We investeren daarom in de transformatie met gerichte activiteiten:  formuleren en implementeren van hefbomen, lobby voor reëel budget en in gesprek met (grote) partners over slimmer en effectiever werken. Zo nodig, maken we bij de midterm een integrale afweging en keuzes in bestaand beleid (denk ook aan invoeren abonnementstarief).    

  • Intensiveren van onze lobby voor reëel budget.

We voeren een stevige lobby en hebben die geïntensiveerd voor het Sociaal Domein. We staan nog altijd achter het gedachtegoed van de decentralisaties en ondersteunen de ambitie van het Rijk. Het is goed dat taken naar de gemeenten zijn gekomen. De gemeenten staan dicht bij hun inwoners. De behoefte en situatie van inwoners is het uitgangspunt voor zorg en ondersteuning. Samen met inwoners/ervaringsdeskundigen en maatschappelijke instellingen werken we aan het verbeteren van de hulp en ondersteuning. Echter lopen we ook tegen grenzen aan. Duurzaam betaalbaar houden van de ondersteuning blijft een belangrijk aandachtspunt. We zien de tekorten voor de jeugdhulp en Wmo toenemen maar lopen ook tegen de grenzen

van stelsels aan en regelgeving. We voeren in het kader van Bestaanszekerheid een actieve lobby richting rijk en bijvoorbeeld verzekeraars om de uitwassen van de huidige regelgeving aan de kaak te stellen en aangepast te krijgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de lobby in het kader van het Maatpact en de samenwerking met rechtbanken in het kader van bewindvoering.
Naast inzet van de hefbomen, beheersmaatregelen voeren we daarom een stevige lobby naar het Rijk samen met de VNG en G40. Door intensivering van de  lobby  hebben we bijvoorbeeld meegewerkt aan het onderzoek naar de tekorten. Daaruit blijkt dat de structurele financiële middelen die we voor de gedecentraliseerde taken ontvangen ontoereikend zijn. In het voorjaar van 2019 hebben we zelfs de noodklok geluid samen met andere gemeenten. Het Rijk heeft daarop voor drie jaar lang (t/m 2021) extra middelen toegekend voor de kosten van de Jeugdhulp. Een diepteonderzoek naar de uitgaven moet inzicht geven in de structurele middelen die nodig zijn. Ook voor de extramuralisering van de GGZ ontvangen we extra geld. Daarnaast voeren we gesprekken over de begrenzing van de wetten (Wmo-Wlz-ZvW-Jeugdwet-Participatiewet-Woningwet-Wet op Onderwijs-etc).
We zijn blij met de financiële impuls van het Rijk. Maar om de veranderingen goed door te kunnen voeren, is tijd, ruimte en structureel meer geld nodig. De doorwerking van het abonnementstarief versterkt dit alleen maar. Het doen van nader onderzoek hoort hierbij maar ook de bindende afspraken als blijkt uit deze onderzoeken dat extra financiering nodig is en/of aanpassing in het stelsel en regelgeving.
In het algemeen geldt dat nieuwe taken gepaard gaan met de bijbehorende middelen. Zo is het vastgelegd in artikel 2 van de Financiële-Verhoudingswet en zo gaan we ook het gesprek aan met het Rijk.
Onze lobby inzet richt zich met name in op:

-          Een toereikend macrobudget in het Sociaal Domein

Om zich hard te blijven maken voor stevige structurele bijdragen, waaronder een verhoging van het macrobudget Sociaal domein voor de toenemende kosten in de Jeugdhulp en Wmo en/of zoals de ROB dat pleit een aangepaste "accres-systematiek" die past bij de taken in het sociaal domein.
Dit betekent dat we pas taken kunnen overnemen zoals WvGGZ,  inburgering en mobiliteit, mits artikel 2 Financiële-Verhoudingswet geborgd is en er toereikende structurele middelen bijkomen en passende randvoorwaarden.

-          Vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid samen aan "het stuur" als één overheid

Gezien de forse maatschappelijke opgaven die we zien binnen onze gemeente vanuit sociaal, maar ook ruimtelijk en fysiek, delen we de ambitie van het Rijk maar vragen aandacht vanuit dat brede perspectief invulling te geven aan een goede gelijkwaardige en constructieve samenwerking met het Rijk die uitvoerende gemeenten faciliteert met de juiste randvoorwaarden, zowel financieel als beleidsmatig.

-          Rust, Ruimte, Tijd en Vertrouwen om de ingezette beweging door te kunnen trekken

Met passende randvoorwaarden bedoelen we geen eenzijdige maatregelen die haaks staan op je doelstelling en bevoegdheden op de juiste plek, zodat gemeenten ook meer sturing hebben op het beleid en de uitgaven. Op deze manier kunnen we de beweging beter doorzetten. In feite bekrachtigen we de IBP spelregels.

  • Het doorvoeren van 'hefbomen' voor meer impact en betaalbaarheid.

Een hefboom is een mechanisme waarmee we met een kleine aanpassing een groot effect bewerkstelligen. De aanpassing kan een wijziging zijn in onze interne werkwijze, in ons beleid of in onze uitvoering. Doel is de energie en middelen zo in te zetten dat we de beste resultaten bereiken in de stad. We hebben 17 hefbomen benoemd die zowel maatschappelijke als financiële impact hebben. Het gaat onder meer om hefbomen die de ambitie hebben om;

  • De beweging naar een meer preventieve aanpak te ondersteunen. Dit gaat onder meer om het brengen van meer effectiviteit en doelmatigheid in de subsidies in de sociale basis en om een effectieve, efficiënte en vroegtijdige inzet van middelen van jeugdzorg en passend onderwijs door de jeugdhulp en onderwijs te verbinden. Ook in het kader van Bestaanszekerheid wordt op de nodige terreinen (bijvoorbeeld sport en onderwijs) geïnvesteerd aan de voorkant in plaats van compenseren aan de achterkant. Daarmee worden vanuit Bestaanszekerheid op andere terreinen investeringen gedaan én andersom.
  • De beweging naar een meer impactgerichte aanpak waarbij de burger centraal staat. Dit gaat onder meer om het inzetten op het Maatpact, waarbij we in 2019 hebben ingezet om met ca 50-100 multicomplexe huishoudens ontschot te gaan werken.
  • Het duurzaam betaalbaar houden van ondersteuning. Bij de WMO en Jeugdhulp doen we dit door contractmanagement van de aanbieders, inzet van schakelteam in de toegang, effectievere inzet van huishoudelijke hulp, beperking kostenstijging door abonnementstarief en invoering AMVB reële prijs.

Als een hefboom een investering vraagt, gebruiken we het Investeringsfonds Sociaal Domein. Soms vraagt een hefboom fundamentele veranderingen van het systeem, waar niet alleen de gemeente maar zeker ook onze externe partners zoals de Toegang, zorgaanbieders en subsidiepartners een belangrijke rol in spelen (de zogenaamde institutionele impact). Het is dan ook duidelijk dat het maatschappelijk en financieel rendement zal moeten ingroeien en dat de hefbomen elkaar daarin onderling versterken in de beweging die noodzakelijk is. Dit maakt dat de hefbomen niet als individuele beweging gezien moet worden, maar als onderdeel van en in samenhang met andere hefbomen. Alleen door het geheel van de hefbomen in samenhang uit te voeren verwachten we maatschappelijke en financiële impact te bereiken. Dit maakt dat het financiële en maatschappelijke rendement niet altijd 1 op 1 terug te herleiden zijn op de individuele hefbomen.  

  • In gesprek met (grote) partners over slimmer en effectiever werken.

De ondersteuning realiseren we samen met partners in de stad. Ook zij hebben ideeën over hoe deze ondersteuning effectiever en efficiënter te organiseren. Daarover zijn we met partners in gesprek en zetten we deze ideeën om in onze uitvoering.

  • Integrale afweging en keuzes in bestaand beleid (zo nodig bij midterm).

Voor het sociale domein zijn systematisch en geobjectiveerd per (groep) de kostenplaatsen in beeld gebracht welke activiteiten en uitgaven worden gedaan, waar beleidsruimte voor de gemeente is, welke maatregelen mogelijk zijn, wat de financiële opbrengst kan zijn en welke (negatieve) consequenties de uitvoering daarvan zou hebben op de inwoners van Tilburg. Meerjarig is er sprake van een begrotingstekort vanaf de midterm waardoor we genoodzaakt zijn te blijven investeren op onze lobby en hefbomen, blijven we in gesprek met (grote) partners over slimmer en effectiever werken en nemen we beleidskeuzes bij de midterm.

Nieuwe indicatoren
Binnen het Sociaal Domein zetten we met deze begroting in op indicatoren die de ontwikkelingen van inwoners in de breedte van de vraagstukken en in samenhang aantonen en volgen. Nog niet overal lukt het direct om deze indicatoren met streefwaarden voor 2020 vast te zetten en te meten, omdat wij onder andere afhankelijk zijn van  de aanpassing van een aantal bestaande (landelijke) monitoren. Daar waar het niet lukt vallen we voor 2020 nog terug op 'oude' indicatoren, maar werken we ondertussen aan een gezamenlijk nieuwe opzet. Daarmee markeren we een verdere groei in integraliteit en spreken we voorlopig nog van ontwikkelindicatoren. Een andere nieuwe dimensie in de opzet van deze ontwikkelindicatoren is dat we naast harde cijfers ook inzetten op meer kwalitatieve metingen. We gaan op zoek naar de persoonlijke verhalen achter de cijfers. Dit past bij de lijn van meer aandacht voor burgers in een wereld die hen ziet. Het denken daarover start nu en zal zo snel mogelijk worden ingevuld in gesprek met de raad.