Programmabegroting 2020

1. Uitgangspunten Programmabegroting 2020

In de perspectiefnota 2020, door uw Raad vastgesteld op 13 juni 2019, zijn de uitgangspunten opgenomen waarop deze programmabegroting is gebaseerd, waaronder de uitgangspunten voor het financieel kader. Voor de volledigheid nemen wij deze financiële uitgangspunten hieronder nogmaals op.

De vertrekpositie voor het actueel financieel beeld is de vastgestelde Programmabegroting 2019 en de structurele doorwerking van de Jaarrekening 2018 en de Tussenrapportage 2019.
Vervolgens is de vastgestelde Programmabegroting 2019-2022 geactualiseerd. Hierbij is uitgegaan van de spelregels "Budgetbijstellingen, zo doen we dat in Tilburg".

Uitgangspunten
De uitgangspunten voor het algemeen financieel beleid zijn:

  • De interne omslagrente is per 1 januari 2018 verlaagd naar 0% a.g.v. BBV;
  • De prijsgevoelige budgetten worden geïndexeerd met de BBP-index op basis van de meest recente publicatie van het Centraal Plan Bureau (CPB). Er vindt nacalculatie plaats over de voorafgaande twee begrotingsjaren;
  • Voor de loongevoelige budgetten hanteren we de ontwikkelingen inzake de CAO en sociale lasten. Ook hier vindt nacalculatie plaats over de twee voorafgaande begrotingsjaren;
  • Voor de bijstelling van de subsidiebudgetten hanteren we een gewogen gemiddelde van de prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) en prijs overheidsconsumptie beloning werknemers. Over de twee voorafgaande begrotingsjaren vindt nacalculatie plaats;
  • De opbrengst OZB wordt geïndexeerd met de BBP-index voor het begrotingsjaar;
  • De kosten van kwijtschelding worden sinds 2015 verrekend in de woonlasten;
  • Bij de zgn. gebonden tarieven (afvalstoffenheffing, rioolheffing en bouwleges) gaan we uit van 100% kostendekkendheid;
  • Met betrekking tot de hondenbelasting zijn in het verleden extra verhogingen doorgevoerd, waardoor de kostendekking boven de 100% uitkomt;
  • De overige tarieven van leges en belastingen worden verhoogd met de BBP-index;
  • Meerjarige accessen gemeentefonds ramen we, na aftrek van nominale- en volumeontwikkelingen, voor 50%.

Voor de budgetten sociaal domein gelden de volgende afspraken:

  • Tekorten, overschotten en nieuwe beleidsvoorstellen (nieuw voor oud) dienen opgelost te worden binnen de buffer;
  • Ook organisatiekosten vallen onder de buffer;
  • Budgetten i.r.t. integratie- en decentralisatie-uitkeringen en specifieke uitkeringen volgen de indexering van deze uitkeringen één op één;
  • Budgetten Jeugdhulp, Participatie, Wmo 2015 en Wmo huishoudelijke verzorging volgen de indexering van de betreffende subclusters in het gemeentefonds.
  • Overige budgetten binnen het sociaal domein volgen de Tilburgse systematiek (zie hierboven).